De levensvonk, de ruwe steen en een onverwachte ontmoeting
Over spontaniteit, persoonlijke ontwikkeling en de kunst om jezelf te blijven verrassen
Afgelopen zomer ontmoette ik in Ierland Paul Rees. Een intrigerende man, met wie ik een gesprek had dat me, misschien wel meer dan ik op dat moment besefte, aan het denken zette. Later bekeek ik zijn video Why You Lost Your Spark (And How to Get It Back). Daarin heeft hij het over iets wat hij onze ‘levensvonk’ noemt: dat stukje enthousiasme, nieuwsgierigheid en spontaniteit dat ons leven kleur geeft, maar dat we onderweg soms een beetje kwijtraken. Zijn verhaal bleef hangen.
Niet omdat het zo’n revolutionaire gedachte is dat we af en toe iets anders moeten doen. Dat weten we allemaal wel. Maar juist omdat ik mezelf erin herkende. Hoe gemakkelijk laten we ons niet meevoeren door de dagelijkse gang van zaken? We hebben onze bezigheden, onze afspraken en onze verantwoordelijkheden. We doen wat we moeten doen en meestal doen we dat nog behoorlijk goed ook. Maar wanneer doen we eigenlijk nog iets omdat we er oprecht nieuwsgierig naar zijn? Omdat het ons verrast? Of gewoon omdat we er zin in hebben?
Ik moest denken aan hoe vanzelfsprekend sommige patronen in ons leven worden. We maken keuzes, ontwikkelen gewoonten en voor we het weten zijn die gewoonten bijna vanzelf onze keuzes geworden. Het is comfortabel, overzichtelijk en efficiënt. Maar ergens zit daar ook een risico. Misschien worden we zo goed in het leven organiseren dat we vergeten het leven zelf af en toe te laten gebeuren. En dat is toch een merkwaardige gedachte.
Wanneer heb je voor het laatst iets gedaan waarvan je vooraf niet wist waar het je zou brengen?
Een beetje meer toeval mag best
Wat me in het verhaal van Paul Rees vooral aanspreekt, is zijn pleidooi voor spontaniteit. Niet alles vooraf bedenken, plannen en controleren. Af en toe ruimte laten voor het onverwachte. Een andere afslag nemen, een gesprek aangaan dat je anders misschien niet zou voeren, of iets proberen zonder eerst uitgebreid te bedenken of het wel verstandig, nuttig of zinvol is. Ik merk dat ik daar wel iets mee heb.
Tegelijkertijd vraag ik me af of spontaniteit op zichzelf voldoende is. Want zomaar iets anders doen, betekent nog niet automatisch dat je vrijer bent. Soms is een impuls gewoon een impuls. En soms gebruiken we de behoefte aan verandering vooral om ergens aan te ontsnappen. Misschien zit de werkelijke uitdaging ergens anders: durven we onszelf nog te verrassen? Durven we onze eigen vanzelfsprekendheden ter discussie te stellen? En staan we werkelijk open voor de mogelijkheid dat een ervaring, een ontmoeting of een gesprek onze kijk op de wereld verandert?
Dat laatste vind ik misschien nog wel het interessantst. We denken graag dat we openstaan voor nieuwe inzichten, maar in de praktijk luisteren we soms vooral om te bevestigen wat we al dachten. Ik betrap mezelf daar ook weleens op.
Niet alles hoeft beter, sneller of anders
Bij die gedachte kwam ook het werk van Dirk De Wachter bij me op. De Vlaamse psychiater en auteur houdt ons regelmatig een spiegel voor als het gaat om onze voortdurende behoefte aan geluk, succes en zelfverbetering. We lijken soms te vergeten dat het leven niet voortdurend bijzonder hoeft te zijn. Dat kwetsbaarheid, teleurstelling, wachten en onzekerheid er net zo goed bij horen.
Misschien zoeken we onze levensvonk soms wel op de verkeerde plek. Alsof we steeds iets nieuws nodig hebben om ons weer levend te voelen. Een nieuwe uitdaging, een bijzondere ervaring of een volgende stap in onze persoonlijke ontwikkeling. Maar wat als het niet altijd om méér hoeft te gaan?
Wat als we juist wat meer aandacht zouden hebben voor wat er al is? Een goed gesprek, een onverwachte ontmoeting, een moment waarop iemand iets zegt dat je nog dagen bezighoudt. Het zijn vaak kleine dingen die iets in beweging zetten. Ik vind dat een mooie gedachte, juist omdat ze enigszins haaks staat op de tijd waarin we leven. We moeten voortdurend vooruit, ontwikkelen en verbeteren. Alsof we nooit helemaal goed zijn zoals we zijn. En daar moest ik onwillekeurig aan de vrijmetselarij denken.
De ruwe steen en de vraag of we wel goed kijken
De ruwe steen is natuurlijk een vertrouwd beeld binnen onze traditie. We herkennen er onszelf in, met onze mogelijkheden, onze beperkingen, onze eigenaardigheden en onze onvolkomenheden. We werken eraan, onderzoeken onszelf en proberen ons verder te ontwikkelen. Maar door de gedachten van Paul Rees en De Wachter kreeg ik ineens een iets andere kijk op dat bekende symbool.
Zijn we soms niet zo druk bezig met het bewerken van onze ruwe steen dat we vergeten er eens goed naar te kijken? Ik bedoel: persoonlijke ontwikkeling is mooi, maar het kan ook een doel op zichzelf worden. We willen een betere versie van onszelf worden, onze scherpe kanten bijschaven en onze tekortkomingen overwinnen. Maar wie bepaalt eigenlijk hoe die betere versie eruit moet zien?
Misschien gaat het niet altijd om veranderen. Soms is het voldoende om iets bij jezelf te ontdekken. Een gewoonte waarvan je niet wist dat je die had. Een overtuiging die misschien niet meer zo vanzelfsprekend is. Of juist een kwaliteit die je al die tijd over het hoofd hebt gezien.
De ruwe steen hoeft wat mij betreft niet uitsluitend te worden gezien als iets waaraan nog van alles moet gebeuren. Hij kan ons ook uitnodigen om met verwondering naar onszelf te kijken. Niet alles hoeft gladgeslepen te worden. En misschien is het accepteren van bepaalde onvolkomenheden soms wel een grotere stap dan het voortdurend proberen ze te verbeteren. Dat maakt het werken aan de ruwe steen voor mij juist interessant: het is geen project met een einddatum, maar een voortdurende ontdekkingstocht.
En dan zijn er nog de anderen
Er is nog een aspect dat ik niet buiten beschouwing wil laten. Want hoezeer we ook aan onszelf werken, we doen dat niet in afzondering. Misschien is dat wel een van de mooiste kanten van het logeleven. Je ontmoet mensen die anders denken, anders naar de wereld kijken en andere ervaringen hebben opgedaan. Soms herken je iets van jezelf in een ander. Soms word je juist geconfronteerd met een opvatting waar je helemaal niets mee hebt. Maar juist daarin kan iets waardevols zitten.
Een broeder die een vraag stelt waarop je zelf niet was gekomen. Een gedachte die je aanvankelijk vreemd vindt, maar waar je later toch nog eens over nadenkt. Of een gesprek waarin je ontdekt dat je eigen gelijk misschien minder vanzelfsprekend is dan je dacht. Dat zijn voor mij momenten waarop de levensvonk zomaar even kan opspringen. Niet omdat er iets spectaculairs gebeurt, maar omdat je opnieuw wordt uitgedaagd om te kijken, te luisteren en te ontdekken. Misschien is dat ook wel de kracht van de vrijmetselarij: niet dat we elkaar vertellen hoe we moeten leven, maar dat we elkaar helpen om vragen te blijven stellen.
En wat ga ik er zelf mee doen?
Nu kan ik natuurlijk mooie beschouwingen houden over spontaniteit, nieuwsgierigheid en het werken aan de ruwe steen, maar uiteindelijk komt het toch aan op de vraag wat ik er zelf mee ga doen. Ik wil in ieder geval proberen wat minder op de automatische piloot te leven. Dat betekent niet dat ik mijn agenda overhoop moet gooien of voortaan iedere ingeving moet volgen. Maar misschien kan ik mezelf wat vaker toestaan om van mijn gebruikelijke pad af te wijken. Een afspraak maken zonder daar meteen een doel aan te verbinden. Een gesprek aangaan met iemand die ik nog niet goed ken. Of iets ondernemen waarvan ik vooraf niet precies weet wat het me gaat brengen.
Ook wil ik mezelf wat vaker betrappen op mijn eigen vanzelfsprekendheden. Waarom vind ik iets eigenlijk? Waarom reageer ik op een bepaalde manier? En zou het ook anders kunnen? Vooral in gesprekken wil ik proberen iets langer te luisteren en niet meteen mijn eigen gedachte of oordeel klaar te hebben. Wie weet wat ik dan ontdek. En misschien moet ik ook eens wat minder nadrukkelijk bezig zijn met mezelf verbeteren. Het werken aan de ruwe steen blijft belangrijk, maar ik wil niet vergeten af en toe gewoon te kijken naar wat er al is. Naar de mensen om me heen, de dingen die goed gaan en de ervaringen die me gevormd hebben. Niet alles hoeft anders of beter.
Misschien maak ik er wel een klein persoonlijk experiment van: iedere week één ding doen dat ik anders waarschijnlijk niet gedaan zou hebben. Dat hoeft helemaal niet spectaculair te zijn. Juist niet. Een onverwacht gesprek, een nieuwe route, een boek buiten mijn gebruikelijke interessegebied of een uitnodiging aannemen waar ik anders misschien voor zou bedanken. Ik weet niet of me dat allemaal gaat lukken. Waarschijnlijk val ik regelmatig terug in mijn vertrouwde patronen. Dat hoort er misschien ook bij. Maar als die ontmoeting in Ierland me iets heeft geleerd, dan is het wel dat een enkele gedachte soms voldoende kan zijn om weer eens met een andere blik naar jezelf te kijken.
Misschien stond de levensvonk gewoon op een laag pitje
Uiteindelijk kom ik steeds weer terug bij die ontmoeting met Paul Rees. Het bijzondere is misschien dat er helemaal geen grootse boodschap nodig was. Een gesprek, een gedachte en later een video waren voldoende om een aantal zaken opnieuw tegen het licht te houden.
Voor mij komen daarin verschillende gedachten samen. De spontaniteit waar Paul Rees over spreekt, de aanvaarding van het onvolmaakte bij Dirk De Wachter en het werken aan de ruwe steen binnen de vrijmetselarij. Ze wijzen misschien allemaal, ieder op hun eigen manier, naar hetzelfde: blijf nieuwsgierig. Naar het leven, naar anderen en vooral ook naar jezelf.We hoeven niet voortdurend op zoek naar een ander leven. We hoeven ook niet iedere dag iets bijzonders te beleven. Maar we moeten wel oppassen dat we zo vertrouwd raken met ons eigen leven dat we er niet meer echt naar kijken.
Misschien is dat uiteindelijk de werkelijke betekenis van de levensvonk. Niet het voortdurende verlangen naar iets nieuws, maar het vermogen om met een open blik in het leven te blijven staan. En wie weet ontdekken we dan dat onze levensvonk helemaal niet verdwenen was.
Misschien stond ze gewoon even op een laag pitje.

Peter van der Zande - Loge Spectrum
Bron: Loge Spectrum te Amersfoort