Vrijmetselarij is een werkwoord

Gepubliceerd op donderdag 29 januari door De Achterhoek

Vrijmetselarij is een werkwoord

Een verkenning van betekenis en beleving

Een broeder van Loge Spectrum in Amersfoort hield een lezing met de titel “Vrijmetselarij is een werkwoord” waarin hij als uitgangsbasis de woorden gebruikte, die worden meegegeven bij het afscheid van een overleden broeder: Getrouw aan zichzelf, de medemens tot steun, gericht op de Meester.

Vrijmetselarij roept bij buitenstaanders vaak beelden op van rituelen, symbolen en gesloten bijeenkomsten. Dat is begrijpelijk, want die uiterlijke vormen zijn zichtbaar en tastbaar. Toch vertellen ze maar een deel van het verhaal. Wie dieper kijkt, ontdekt dat vrijmetselarij in de kern geen vaststaand geheel is, maar een proces. Vandaar de veelzeggende uitspraak: “Vrijmetselarij is een werkwoord.”

Deze gedachte helpt om vrijmetselarij niet te zien als iets wat je bent, maar als iets wat je doet. Het gaat om een manier van leven, van omgaan met jezelf, met anderen en met de wereld. In dit artikel nemen we je mee langs drie samenhangende pijlers die deze visie dragen en die samen de essentie van de vrijmetselaarsbeleving zichtbaar maken.

Het begint bij jezelf: trouw zijn aan wie je bent

Vrijmetselarij begint niet bij grote idealen of maatschappelijke doelen, maar verrassend dichtbij: bij het individu zelf. De uitspraak “Getrouw aan zichzelf” verwijst naar het innerlijke werk dat centraal staat. Dat betekent niet dat iemand al precies weet wie hij is, maar juist dat hij bereid is dat te onderzoeken.

Dit innerlijke werk draait om zelfkennis, eerlijkheid en gewetensvorming. Vrijmetselarij nodigt uit om vragen te stellen als: Waarom handel ik zoals ik handel? Waar komen mijn overtuigingen vandaan? Ben ik oprecht, ook als niemand kijkt? Het zijn geen gemakkelijke vragen en er bestaan geen kant-en-klare antwoorden. Het werk is voortdurend en nooit af.

Belangrijk is dat dit geen vorm van zelfverbetering is in de moderne, prestatiegerichte zin. Het gaat niet om perfect worden, maar om bewust worden. Om het erkennen van sterke kanten én beperkingen. In die zin is vrijmetselarij vooral een oefenweg: een manier om met aandacht te leven en verantwoordelijkheid te nemen voor het eigen innerlijk kompas.

Van binnen naar buiten: de medemens tot steun zijn

Dat innerlijke werk staat niet op zichzelf. Vrijmetselarij beschouwt zelfkennis niet als een privéproject zonder gevolgen. Integendeel: wat van binnen wordt ontwikkeld, moet zichtbaar worden in het handelen naar buiten toe. Dat is de betekenis van de uitspraak “de medemens tot steun”.

Vrijmetselarij vraagt geen grote heldendaden, maar aandachtige aanwezigheid. Hoe ga je om met anderen? Kun je luisteren zonder direct te oordelen? Ben je bereid verantwoordelijkheid te nemen, ook als dat ongemakkelijk is? Solidariteit en menselijkheid krijgen hier een concrete invulling in het dagelijks leven.

Belangrijk is dat dit geen vrijblijvend idealisme is. Het innerlijke werk verplicht als het ware tot handelen. Wie zichzelf serieus onderzoekt, kan zich moeilijk onttrekken aan de vraag wat hij voor anderen betekent. Vrijmetselarij ziet de mens niet als een losstaand individu, maar als deel van een groter menselijk verband. De ontmoeting met de ander is daarom geen bijzaak, maar een essentieel onderdeel van het werk.

Gericht op de Meester: een groter perspectief

Naast het persoonlijke en het sociale kent vrijmetselarij nog een derde dimensie: de gerichtheid op iets dat het individuele overstijgt. In vrijmetselaarstaal wordt dit aangeduid als “gericht op de Meester”. Voor buitenstaanders kan dit abstract klinken, maar het verwijst niet naar een vastomlijnd godsbeeld of dogma.

De Meester staat symbool voor een hoger ordenend principe: datgene wat richting, samenhang en betekenis geeft. Voor de één is dat religieus van aard, voor de ander filosofisch of moreel. Vrijmetselarij schrijft hierin niets voor, maar nodigt uit tot reflectie: Waar richt jij je op? Wat geeft jouw handelen zin en richting?

Deze gerichtheid voorkomt dat het werk uitsluitend om het eigen ego of om sociale goedheid draait. Het plaatst het handelen in een ruimer kader en herinnert eraan dat de mens deel uitmaakt van iets groters dan zichzelf. Zo krijgt het werk diepgang en samenhang.

Vrijmetselarij als levende praktijk

Wanneer deze drie elementen samenkomen, wordt duidelijk waarom vrijmetselarij een werkwoord is. Het is een voortdurende beweging: van innerlijke reflectie naar uiterlijke betrokkenheid, gedragen door een groter perspectief. Geen vast systeem, maar een levende praktijk die zich telkens opnieuw moet bewijzen in het dagelijks leven.

Voor buitenstaanders is het misschien verhelderend om vrijmetselarij niet te zien als een geheim genootschap, maar als een oefenweg. Een weg waarop mensen, ieder op hun eigen manier, proberen bewuster, menselijker en verantwoordelijker te leven. De rituelen en symbolen zijn hulpmiddelen, geen doel op zich. Het echte werk gebeurt daarbuiten: in keuzes, in relaties en in de manier waarop iemand in het leven staat.

In die zin is “Vrijmetselarij is een werkwoord” geen slogan, maar een uitnodiging. Een uitnodiging om te blijven werken aan jezelf, om de ander niet uit het oog te verliezen en om je te blijven afvragen waar je je uiteindelijk op richt. Dat werk is nooit af, maar juist daarin schuilt zijn betekenis.


Bron: Loge Spectrum te Amersfoort