De Gids voor Geluk – Tijdloze Ottomaanse wijsheid
Hoe een 16-eeuws handschrift ons kan inspireren tot verdieping en zelfkennis
De ‘Gids voor Geluk’ (Arabisch: Matali’ al Sa’ãdet) is een beroemd Ottomaans manuscript uit 1582. Sultan Murad III gaf de grootste geleerden, wijzen en kunstenaars uit zijn rijk opdracht tot de vervaardiging ervan, als geschenk aan zijn dochter Fatima voor haar 18e verjaardag. Dus geen eigen luxe paleis ofzo, maar een boek. Dat zegt toch wel iets over de betekenis en de waarde van dit geschenk.
Het boek bestaat uit bladzijden vol kosmische kennis, astrologische tabellen, de dierenriem, mythen en symbolen, droomduidingen en tarotkaarten in arabisch schoonschrift. En dat alles rijk geïllustreerd met miniaturen in schitterende kleuren. Het was een luxeobject, zeker, een koninklijk geschenk, maar ook een praktische handleiding: een gids naar geluk via het begrijpen van de kosmische orde.
Sieraad én wetenschappelijk werk
De opgenomen miniaturen zijn hoogstaand en verbluffend: sultans in raadzalen, exotische dieren, sterrenbeelden, paleizen, moskeeën en zelfs christelijke kerken. Alles uitgevoerd in fijn goud en kleur, met oog voor detail, onder leiding van de beroemde miniaturist Ustad ‘Osman.
Voor de Ottomaanse elite van die tijd was dit geen bijgeloof, maar serieuze wetenschap. Men geloofde in een geordende kosmos: wie haar wetten kent, kan het eigen leven beter richten en in harmonie brengen met de wil van God. Het boek belichaamt het Ottomaanse streven naar kennis, schoonheid en spirituele diepgang, waarden die in die wereld niet los van elkaar bestonden. Het boek is van grote historische waarde want het is in feite een weergave van de stand van de wetenschap en de culturele waarden in het Ottomaanse rijk in de 16e eeuw.
De zoektocht naar Geluk volgens Aristoteles
Er zijn in de geschiedenis van de mensheid natuurlijk meer wijze ‘zoekers naar geluk’ geweest. De Griekse filosoof Aristoteles bijvoorbeeld is bekend om zijn uitspraken over geluk. Voor hem was geluk (eudaimonia) geen kortstondige bevrediging van emoties of genoegens (zoals plezier of genot) maar een langdurige vorm van ‘floreren’, een ‘volkomen en geslaagd’ leven leiden, waarin je je menselijke mogelijkheden ten volle benut. Hij bedoelde daarmee dus een manier van leven: een ‘deugdzaam leven’. En om dat te bereiken zul je er langdurig en bewust aan moeten werken. Aristoteles legt de nadruk op ethiek en rationale zelfvorming waar de ‘Gids voor Geluk’ de nadruk legt op kosmische en goddelijke orde die je moet leren kennen en volgen. Toch delen ze het idee dat kennis essentieel is om gelukkig te worden. En beiden bieden ze dus een vorm van ‘zelfhulp’ over hoe je dat bereikt.
Verwantschap met de vrijmetselarij
Hoewel De Gids voor Geluk geen vrijmetselaarsbron is, zijn de parallellen met de vrijmetselarij opvallend. Het boek bevat esoterische kennis die niet bedoeld is voor oppervlakkige consumptie, maar zich ontvouwt als een symbolisch systeem dat zijn diepere betekenis slechts geleidelijk prijsgeeft. Net als in de vrijmetselarij staat een innerlijke zoektocht centraal: het streven naar geluk en morele vorming. De lezer wordt aangemoedigd een deugdzaam en harmonieus leven te leiden, in afstemming met de kosmos. In de vrijmetselarij herkennen we dit als de zoektocht naar waarheid en zelfkennis (‘Ken uzelve’), de aanmoediging om te streven naar wijsheid, kracht (‘op u komt het aan’) en schoonheid.
Het wereldbeeld dat in het werk wordt geschetst is kosmisch en geordend: alles is met alles verbonden. In de vrijmetselarij krijgt deze universele orde vorm in het symbool van de ‘Opperbouwmeester van het Heelal’. Het boek getuigt van een opvallende interculturele openheid. Het verenigt invloeden uit islamitische, Griekse, Perzische én christelijke tradities en is zo een vrucht van culturele uitwisseling en nieuwsgierigheid – waarden die eveneens gekoesterd worden binnen de vrijmetselarij.

Wat kunnen wij, vrijmetselaren in de 21e eeuw, leren van deze gids uit het verleden?
‘De Gids voor Geluk’ nodigt ons uit om onze eigen arbeid serieus te nemen. Ook wij werken met symbolen, rituelen en allegorieën – geen lege vormen maar middelen tot inzicht. Ze willen ons iets leren: over onszelf, over de samenleving, over de Kosmos.
Het boek herinnert ons eraan dat geestelijke groei ook oefening vereist: in zelfkennis, kritisch denken en innerlijke groei.
En het wijst op de kracht van culturele openheid. Het is een product van ontmoeting en wederzijdse inspiratie. Het spoort ons aan tot een houding van openheid en daagt ons uit ons niet te verschansen achter dogma’s of grenzen, maar bereid te blijven om te leren van anderen, over grenzen van religie en cultuur heen.
Tot slot
De ‘Gids voor Geluk’ is een monument van kunst, wetenschap en spirituele diepgang. Een getuigenis van vertrouwen in orde, betekenis en harmonie. Het verwoordt een verlangen dat mensen al eeuwen delen: naar wijsheid, geluk en verbondenheid — wat wij broederschap noemen.

Bron: Loge Spectrum te Amersfoort