Ruimte maken voor wie je bent

Gepubliceerd op donderdag 15 januari door De Achterhoek

Ruimte maken voor wie je bent

Wanneer het leven niet misgaat, maar stiller wordt

Voor veel mensen ontstaat ergens halverwege het leven een periode van herbezinning. Soms wordt die ingeluid door een ingrijpende gebeurtenis: het overlijden van een ouder, het verbreken van een relatie, of een scheiding die al langer in de lucht hing. Het leven gaat door, de buitenkant functioneert, maar er verandert iets fundamenteels. Niet alles wat wegvalt, wordt meteen gemist. Soms ontstaat er juist stilte.

Die stilte kan verwarrend zijn. Niet alleen omdat iemand er niet meer is, maar omdat met die persoon ook een voortdurende invloed verdwijnt. Een stem die richting gaf, druk uitoefende of voortdurend aanwezig was — expliciet of impliciet. In sommige tradities wordt deze fase niet gezien als iets dat opgelost moet worden, maar als een moment waarin het innerlijk werk zich aandient en stilte haar plaats mag krijgen.

Wat zichtbaar wordt als iemand wegvalt

Wanneer een relatie wegvalt, bijvoorbeeld met een ouder of een ander die lange tijd sterk bepalend was, merken mensen soms dat hun eigen innerlijk leven meer ruimte krijgt. Niet omdat het er eerst niet was, maar omdat het lange tijd werd overschaduwd.

Een vader die altijd wist hoe het moest. Die corrigeerde, relativeerde of liet merken wat hij van keuzes vond. Zelfs wanneer het contact moeizaam was, bleef zijn aanwezigheid innerlijk actief. Beslissingen werden afgewogen tegen wat hij zou zeggen. Twijfels werden groter, niet kleiner.

Na zijn overlijden — of na een definitieve breuk — ontstaat er iets onverwachts. Niet alleen rouw, maar ook ruimte. Iemand merkt dat hij een beslissing neemt zonder eerst die innerlijke reactie te voelen. Dat hij iets uitprobeert zonder zich te verantwoorden. Dat hij rust ervaart waar eerder spanning zat. Het is alsof een oude maat zijn vanzelfsprekendheid verliest en plaatsmaakt voor iets anders, nog ongevormd.

Leven in reactie, ook zonder contact

Opvallend is dat deze invloed vaak blijft bestaan, zelfs wanneer het contact al jaren afstandelijk was. Het gaat niet om de feitelijke relatie, maar om het innerlijke beeld dat is blijven werken. Zolang dat beeld richtinggevend blijft, leeft iemand vooral in reactie: aanpassen, verzetten of vermijden.

Dat kan zich uiten in kleine dingen. In het gevoel nooit genoeg te doen. In moeite met grenzen aangeven. Of juist in het tegenovergestelde: alles anders willen doen dan de ander, maar daarmee nog steeds door hem bepaald worden. Vrijheid ontstaat niet door strijd, maar door het wegvallen van de innerlijke noodzaak om te reageren.

Ruimte door afwezigheid

Wanneer de ander werkelijk afwezig wordt — door dood of door een definitieve scheiding — ontstaat soms een nieuwe fase. Niet meteen helder of groots, maar merkbaar in het alledaagse. Iemand merkt dat hij niet meer automatisch ‘ja’ zegt. Dat hij een grens stelt zonder uitleg. Of dat hij iets laat, zonder schuldgevoel.

De ruimte die ontstaat is geen prestatie. Ze komt vanzelf, doordat een externe invloed ophoudt actief te zijn. Wat overblijft, is niet leegte, maar openheid. In die openheid hoeft niets direct benoemd of ingevuld te worden; het proces mag zijn eigen tempo volgen.

Van reageren naar toner

In die open ruimte hoeft het innerlijk leven zich niet meer te verhouden tot een ander. Het hoeft niets goed te maken, niets te bewijzen, niets recht te zetten. Het mag verschijnen zoals het is.

Dat betekent niet dat alles meteen duidelijk wordt. Vaak is er eerst geen nieuwe richting, alleen rust. Maar in die rust wordt voelbaar wat klopt en wat niet. Keuzes worden eenvoudiger, niet omdat ze makkelijker zijn, maar omdat ze minder beladen zijn. Iemand kiest bijvoorbeeld een andere manier van werken, zonder dat dit hoeft te worden uitgelegd. Of durft zich te laten zien zonder vooraf te bedenken hoe dat zal worden ontvangen.

Leven dat samenvalt

Wanneer het innerlijk niet langer in de schaduw staat van een bepalende ander, verandert ook de relatie tot de wereld. Er is minder behoefte om te controleren of te sturen. Minder spanning in gesprekken. Stilte voelt niet meer als gevaar, maar als ruimte.

Niet omdat alles opgelost is, maar omdat het leven niet meer voortdurend gespiegeld hoeft te worden aan iemand die er niet meer is. Aanwezigheid krijgt dan meer gewicht dan woorden of uitleg.

Wat tot leven komt

Zo komt het innerlijk leven tot bloei. Niet door ontwikkeling, maar door vrijmaking. Door het wegvallen van een relatie die lang bepalend was, ontstaat de mogelijkheid om jezelf te ervaren zonder voortdurende tegenkracht.

Voor wie gewend is aan innerlijke arbeid, is dit een herkenbare beweging: ruimte maken zodat dat wat er al is zichtbaar kan worden.


Niet als nieuw mens.

Niet als betere versie.


Maar als jezelf, zichtbaar en aanwezig.


Bron: Loge Spectrum te Amersfoort